Alcohol wordt in je lichaam in meerdere stappen afgebroken: eerst wordt het in je maag en darmen opgenomen, daarna via het bloed naar de lever vervoerd, waar het in verschillende enzymreacties wordt omgezet en uiteindelijk wordt uitgescheiden. De snelheid waarmee dit gebeurt, is grotendeels biologisch bepaald en varieert per persoon, maar ligt gemiddeld rond de 0,1–0,15 promille per uur.
Dat betekent dat wie tot 1,0‰ komt, ruwweg 7–10 uur nodig heeft om weer op nul uit te komen, terwijl 1,5‰ makkelijk 10–15 uur vergt. Factoren zoals een lage lichaamsmassa, leverziekte, hoge leeftijd of bepaalde medicatie kunnen deze tijd nog verlengen. In de praktijk is de regel: heb je stevig gedronken, reken dan niet op “een paar uurtjes slaap” als wondermiddel, maar plan pas de volgende dag laat of helemaal niet te rijden.